Home » Tips en advies » Tips en advies 2

Tips en advies 2

De Puppy en de Jonge Hond - Over Opgroeien

 

Puppies die opgroeien temidden van hun soortgenoten leren geleidelijk aan zelfcontrole te krijgen 

Puppies, opgevoed door hun eigen soort, worden perfecte honden.

Wolven die wolvenpuppies opvoeden, leveren perfecte wolven af, voorbereid op een bestaan als ‘overlevers’. Wanneer mensen puppies opvoeden, raken ze in de problemen. Waarom?

Ten eerste gunnen wij de puppies geen natuurlijke opvoeding die ze wel zouden en moeten krijgen als ze waren grootgebracht door andere honden. Ten tweede verwachten wij van de hond dat hij onze mensenregels respecteert, regels die vaak voor de hond geen enkele betekenis hebben. Wij houden geen rekening met de leeftijd van de hond, noch met zijn ontwikkelingsfasen en mogelijkheden. Het resultaat is dat de hond er niet in slaagt te voldoen aan onze te hoge verwachtingen.

Puppies die opgroeien temidden van hun soortgenoten leren geleidelijk aan zelfcontrole te krijgen, iets dat ze nodig zullen hebben als volwassen honden. En ze leren dit heel goed! Als volwassen hond hebben zij alle zelfcontrole verworven die nodig is om te overleven. Wij moeten leren puppies op een dergelijk manier op te voeden, op een natuurlijke wijze, zoals zij zouden zijn opgevoed door andere honden vanaf de geboorte tot aan de volwassenheid.

Puppy vergunning

De eerste en belangrijkste fout die wij als puppy eigenaren maken, is ons verwachtingspatroon en onze eisen naar de pup toe zo hoog te stellen dat de pup daaraan met geen mogelijkheid kan voldoen. In de natuur en daar waar honden op een natuurlijke wijze mogen opgroeien in een roedel, leren ze geleidelijk zichzelf te beheersen. Tot ze ongeveer 16-20 weken oud zijn, hebben zij een zogenaamde ‘puppy vergunning’. Zij dartelen met hun ‘puppy vergunning’ rond en zeggen: ‘Na-na-nanana, ik luister lekker toch niet, want ik heb een ‘puppy vergunning’. We zien vaak dat puppies misbruik maken van deze ‘puppy vergunning’. Ze pesten de volwassen honden en het is bijna alsof ze een boosaardige flonkering in hun ogen hebben. Gedurende deze periode laten de volwassen honden met ongelofelijk veel geduld de puppies hun gang gaan .

Wanneer de pups 16-20 weken oud zijn, loopt de vergunning zo ongeveer af. Nu moeten de pups geleidelijk aan leren zichzelf beter te beheersen en zich respectvoller te gedragen. De vele fouten en vergissingen worden hen nog steeds vergeven, want ze zijn per slot van rekening nog niet volwassen. De volwassenheid zal met de tijd en met de nodige ervaring op een natuurlijke wijze tot stand komen.

Het mag verwarrend lijken dat een pup slechts binnen enkele dagen van de ene ontwikkelingsfase naar de andere gaat, maar we moeten onthouden dat ze in minder dan twee jaar van een puppy opgroeien tot een volwassen hond. In vergelijk, mensen hebben 20 jaar nodig voor we onszelf volwassenen kunnen noemen en velen hebben zelfs meer tijd nodig.

De jonge hond

Wanneer de puppy tijd eenmaal voorbij is, rond de 4 tot 4,5 maand, begint de periode van de puberteit. Deze bestaat uit verschillende fasen en duurt tot ongeveer het tweede levensjaar. Soms duurt het langer, soms korter. Jonge honden zijn zoals jonge mensen:

•Ze houden van actie en snelheid.

•Ze zijn snel verveeld wanneer er niets gebeurt.

•Ze hebben totaal geen zelfcontrole.

•Ze kunnen zichzelf niet beheersen wanneer er iets opwindends gebeurt. Zoals kinderen die een brandweerwagen zien of honden die een konijn ruiken.

•Hun vaardigheid om zich gedurende een langere tijd te concentreren is niet groot. Terwijl kinderen ‘vergeten’ onmiddellijk na school naar huis te komen, vergeet een jonge hond wat je hem 10 seconden eerder hebt gevraagd te doen.

•Ze zijn het liefst met andere honden van dezelfde leeftijd of dezelfde interesses.

•Ze spelen liever dan dat ze andere dingen doen.

•Ze vinden drillen vervelend en het ontneemt ze de lust tot leren. Jongen honden moeten getraind worden, maar wel in korte en leuke sessies, zodat ze geconcentreerd kunnen blijven en er niet genoeg van krijgen. Aan hun behoeften tot activiteiten kan voldaan worden door korte en gemakkelijke trainingssessies op een eenvoudig behendigheidsparcours, een herhalingstraining of tijdens wandelingen in het bos, neuswerk, het samenzijn met andere honden, het onaangelijnd spelen etc.

•Ze moeten geleidelijk aan leren zichzelf te beheersen, maar beetje voor beetje. Daarom doen we de dingen stap voor stap. Bijvoorbeeld door van de hond te verwachten dat hij geleidelijk aan een oefening langer kan doen, zoals de ‘zit-blijf’ oefening: 2 seconden, 5 seconden, 10 seconden etc.

•Wees begripvol wanneer de hond zijn concentratie verliest, las een pauze in zodat hij zijn aandacht weer op de oefening kan richten, help hem om de training voort te zetten.

•Laat de opgroeiende hond omgaan met andere honden, dit is erg belangrijk!

•Vermijd lange trainingssessies, het eindeloos herhalen van dezelfde oefening, straf, etc., zodat de hond niet moe wordt en genoeg krijgt van de training.

•Socialisatie: sociale training met mensen en dieren is belangrijk. Leer de hond om te gaan met allerlei situaties in een wisselende omgeving. Stel de hond geleidelijk bloot aan nieuwe dingen, en laat schoolpleinen en winkelstraten liever achterwege.

•Train door middel van leuke activiteiten zoals het leren van kunstjes, apporteren, zoeken, een spoor volgen etc.

We moeten in gedachten houden dat honden sociale wezens zijn die moeten leren wat communicatie, correct gedrag en zelfcontrole inhoudt. En ze leren, beetje bij beetje, precies zoals mensen gedurende de kindertijd en de puberteit. Wie heeft er ooit een kind van vier of zes jaar gezien met zelfbeheersing? Wanneer een kind van die leeftijd buiten zinnen raakt, heeft het geen enkele zin met hem of haar op redelijke wijze te praten. Om te proberen hen iets te leren terwijl ze over hun toeren zijn, is hopeloos. We moeten hen eerst kalmeren, voordat we proberen ze iets te leren.

Wanneer hondeneigenaren naar een cursus komen met een jonge hond, ‘een zesjarige’, zal de hond gemakkelijk te opgewonden raken. Dit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van nieuwe honden, mensen, een nieuwe plek, een nieuwe situatie etc. Tegelijkertijd verlangt de cursus dat de hond en de eigenaar een nauwgezet oefenprogramma volgen. Daarbij komt dat het programma veel te lang duurt voor een jonge hond. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ‘zesjarige’ opgewonden wordt en zelfs over de toeren raakt. Vele hondeneigenaren stoppen met deze cursussen omdat hun honden impulsief en opgewonden zijn tijdens de cursus. Ze zijn niet ‘onhandelbaar’ zoals misschien tegen de eigenaren wordt gezegd, maar hun stress niveau is maximaal en het niveau van zelfcontrole minimaal. Natuurlijk! Ze zijn nog veel te jong om met dit soort situaties te kunnen omgaan. Het is gedoemd te mislukken.

Het gebruik van geweld of dwang om de hond te laten luisteren in zo’n situatie zal de boel niet verbeteren. Integendeel, als de hond al niet over zijn toeren is, dan wordt hij het wel wanneer we dwang gebruiken en onvriendelijk zijn. Het is niet onze taak om de eisen aan de jonge hond zo moeilijk te maken. Wanneer de hond een situatie niet aan kan, dan kan hij deze gewoon niet aan, punt uit. We kunnen voorkomen dat de hond over zijn toeren raakt door te leren hem en zijn emotionele stemmingen te observeren. We moeten leren te onderkennen dat de spanning aan het oplopen is; dit is het moment om te stoppen waarmee we bezig waren. We moeten dit doen vóór de hond het niveau van stress en opgewondenheid heeft bereikt waarin hij niet meer in staat is om te communiceren en te leren.

Voorkomen

Voorkomen is het sleutelbegrip. Voorkom dat de hond gestresst raakt door:

•De training tijdig te stoppen.

•Niet bedreigend te handelen.

•De lijn slap te houden, zo slap dat de lijn naar beneden hangt, anders zal de hond de druk van de riem voelen. Denk eraan dat een strakke lijn de snelste manier is om het niveau van agressie te laten stijgen.

•Ga het gevecht met de hond niet aan. Blijf kalm en beheerst. Hoe zou de hond moeten leren zichzelf te beheersen, wanneer u zelf niet het goede voorbeeld geeft?

Wanneer de hond ‘met deuren smijt’

De jonge hond is in een overgangsfase, er moet veel ontdekt en uitgeprobeerd worden. Laat de hond het allemaal ontdekken. Laat hem aan het leven ruiken, laat hem ontdekken hoe de dingen in elkaar steken. Het is helemaal onschuldig. We moeten grenzen stellen, maar zorg ervoor dat ze zo gesteld worden dat de hond geen gevangene is, zonder de vrijheid om actief te zijn en de dingen zelf uit te zoeken. Zou hij moeilijk, zogenaamd koppig of vervelend worden, dan komt dat niet omdat hij van plan was het leiderschap over te nemen, maar om te ontdekken en uit te zoeken hoe de dingen werken. De jonge hond probeert niet ‘de baas over ons te worden’, hij denkt er zelfs niet eens over na. Maar hij moet dingen uitzoeken om te zien welke soort reacties hij krijgt. Reageer beheerst! Het is voldoende dat u uw rug naar de hond toekeert en hem negeert, dit zegt meer dan duizend woorden. De rug toekeren en de opgroeiende hond negeren, is precies wat een volwassen hond zou doen.

Onder geen enkel beding mag u gewelddadig worden tegen de hond, vermijd agressief gedrag zoals het schudden aan het nekvel, het bij de kop pakken terwijl u hem in de ogen kijkt of andere wrede en angstaanjagende strafmethodes. Let op hoe zelfverzekerde, volwassen honden het doen en kopieer hun gedrag. Volwassen honden laten de jonge hond het weten, zonder gewelddadig te worden, ze keren hem de rug toe en lopen weg. Ze kunnen blaffen en een grom geven, maar nooit meer dan dat.

Gromt uw hond? Geweldig! Dit betekent dat hij hiervoor niet is gestraft en hij niet murw is gemaakt. De hond heeft een natuurlijk deel van zijn manier van communiceren behouden. Grommen is niet gevaarlijk, het is gewoon een manier om anderen te laten weten dat hij zich niet op zijn gemak voelt. Het is een afstandsvergrotend signaal, een waarschuwing, waar je naar moet luisteren.

Wanneer de hond gromt, grauwt of hapt

1.Was het iets dat u deed waardoor de hond geprovoceerd werd? Als dat zo is, houd op met provoceren. Provocaties kunnen o.a. bestaan uit: aan de riem rukken, schreeuwen, schelden, de hond bij zijn nekvel pakken, de hond opzij duwen, de hond knijpen, voedsel wegnemen van de hond, de hond storen in zijn slaap of wanneer hij aan het rusten is, commando’s geven met een boze stem, teveel van de hond eisen, de hond kort houden, aan de riem trekken, de hond pesten, over hem heen buigen en recht op een hond aflopen die aangelijnd is.

2.Was de hond ergens bang voor? Vermijd dan dat hij weer bang wordt, anders zal zijn verdedigingsreactie alleen maar sterker en sterker worden.

3.Doet hij het alleen maar om te ontdekken wat uw reactie zal zijn? Draai uw rug naar hem toe! Hij zal het onmiddellijk opgeven. In een situatie zoals deze moet minstens een van uw beiden rustig blijven. Bovendien is het een gegeven dat de meeste conflicten tussen honden en hun eigenaren voortkomen uit een poging de hond te domineren en niet andersom.

Om zelfcontrole te leren, zal de jonge hond een leerproces moeten doorlopen. We kunnen hem helpen door enkele eisen aan onszelf te stellen:

1.Afhankelijk van de situatie is het adrenaline gehalte in zijn lijf hoog en tegelijkertijd maakt dit de hond ongemakkelijk, omdat hij niet weet wat hoe hij hiermee moet omgaan. We kunnen de hond duidelijk maken hoe hij controle kan krijgen over de situatie.

2.Beweeg langzaam. Gebruik kalme en langzame lichaamsbewegingen. Spreek kalm en zachtjes. Uw lichaamstaal en houding zullen de hond overtuigen.

3.Verwar zelfcontrole niet met lijfelijke dwang. Zelfcontrole is vrijwillig terwijl lijfelijke dwang dat niet is. De reactie op lijfelijke straf zal enkel een verhoogd stress niveau zijn.

4.Oefen zelfcontrole in allerlei situaties. Oefen in het begin op plekken waar geen afleiding is, oefen in korte sessies en met een losse lijn. Zorg dat de hond plezier heeft in wat hij doet. Laat de hond niet teveel zitten, de spieren zullen moe worden en pijn gaan doen van het te lang zitten.

We hebben ook nog andere hulpmiddelen, bijvoorbeeld de kalmerende signalen en het belonen van de hond voor goed gedrag, om er maar een paar te noemen. Op een dag zult u een volwassen hond hebben die weet hoe hij zich moet gedragen, die zelfcontrole heeft en die gewillig is samen te werken. Die dag zal komen wanneer u uw hond opvoedt met het stellen van geleidelijk hogere eisen die hij aankan. Houd er rekening mee dat uw hond tijd nodig heeft om op te groeien, precies zoals wij.

Moeder Firai Adorable White Pearl voed zelf haar kroost op 

 

Kinderen en honden: Hoe voorkom je problemen?

 

Kinderen en hun eigen hond

Kinderen en aandacht

Niet doen

• De hond wegsturen als het kind aandacht krijgt

• Op de hond mopperen als hij interesse toont in een kind

• De hond pas leren op zijn plaats (bench, mand) te blijven als het kind in huis is.

Wel doen

• Geef de hond aandacht of lekkers in het bijzijn van het kind

• De hond verband laten leggen tussen ‘kind’ en ‘leuk’, door hem bijvoorbeeld elke keer iets lekker te geven als u gaat voeden of verschonen, of door hem mee uit te nemen met de kinderwagen

• De hond al tijdens de zwangerschap een eigen veilige plek geven, en rustig leren daar op commando naar toe te gaan en te blijven, liefst met een lekker botje

Kinderen en respect

Niet doen

• Het kind naar de hond toe laten lopen of kruipen, zéker niet als die in zijn mand ligt

• Het kind zich laten bemoeien met een hond die aan het eten is, of een speeltje, kluif heeft

• Kinderen hard laten schreeuwen en rennen in de buurt van de hond

• Kinderen over de grond laten kruipen in de buurt van de hond

• Kinderen de hond laten uitdagen of commanderen

Wel doen

• De hond naar het kind toe laten komen om iets leuks te gaan doen

• Het (iets oudere) kind de hond uit de hand laten voeren, tenzij de hond ‘baknijd’ heeft of erg gespannen is tijdens het eten

• Kinderen met de hond laten spelen door bijvoorbeeld een zoekspelletje, waarbij het kind een brokje mag verstoppen dat de hond moet zoeken. Beiden vinden het geweldig, voor de hond is het niet bedreigend, en kind en hond krijgen een betere band

Kinderen en vreemde honden

Niet doen

• Het kind de hond laten aanstaren (dit vindt een hond bedreigend)

• De kinderen alleen met de hond de straat op sturen

• Het kind over de nek van de hond laten hangen

• Het kind de hond opdrachten laten geven

• Een kind een vreemde hond laten aaien

• Een kind bang maken voor honden

• Het kind laten gillen of wegrennen als er een hond aankomt (hoe harder het gilt of rent, hoe interessanter een hond het kind zal vinden)

• Het kind met zijn handjes naar de hond laten slaan, of de handjes in de lucht laten steken

Wel doen

• Het kind leren langs de hond heen te kijken

• De hond en de kinderen samen mee uit nemen voor een leuke wandeling

• Het kind leren de hond rustig over de borst te aaien

• Zorgen voor een leuk spelletje met kind en hond

• Leer uw kind drie regels voor het aaien van honden Leer een kind om te gaan met honden

• Leer een (bang) kind rustig stil te blijven staan als er een hond aankomt, en de andere kant op te kijken

• Leer een kind om de handjes in de zak of op de rug te houden. (de meeste honden weten uit ervaring dat er in de handen vaak iets lekker zit, en zullen dus juist daar op af gaan. Bij handjes op de rug zal een hond er misschien even aan ruiken, maar snel zijn interesse verliezen) • Leer uw kind drie regels voor het aaien van honden:

1.Eerst vragen aan je moeder of vader (en als die er niet is: niet aaien!!)

2.Dan aan de baas van de hond vragen (en als die er niet is: niet aaien!!)

3.Als je van allebei mag aaien, moet je het aan de hond vragen: steek voorzichtig je hand uit en kijk of de hond naar je toekomt.

Zo nee, dan heeft hij er geen zin in en moet je hem met rust laten. Zo ja, kriebel hem dan rustig ONDER zijn kin of op zijn borst. Aai hem niet over zijn kop, de meeste honden vinden dat helemaal niet leuk misvattingen: Hij ziet er zo lief uit” Hij kwispelt met z’n staart” “Wij hebben zelf ook een hond”

Twaalf gouden regels voor kinderen in de omgang met hun hond

1. Behandel je hond zoals je zelf behandeld wilt worden.

2. Een hond kan er nog zo lief uitzien, ga niet op hem af zonder het aan z’n baas te vragen.

3. Bedreig een hond nooit.

4. Kijk een hond niet star recht in zijn ogen.

5. Ga niet aan de hond zijn staart trekken of er op staan.

6. Stoor de hond niet tijdens het eten.

7. Als je met een hond wilt spelen, let dan vooral op zijn sterke tanden.

8. Kom nooit tussen vechtende honden en ga er zeker niet aan trekken.

9. Ook al ben je bang van honden, ren nooit hard weg van een hond.

10. Jij hebt twee handen; de hond heeft alleen maar zijn tanden om iets vast te houden.

11. Als je met een hond speelt, let dan op dat er een volwassene in de buurt is. Zeker met vreemde honden.

12. Geen enkele hond is hetzelfde.

Kinderen (vooral jonge kinderen) gaan tijdens hun spel bewegen , springen of gewoon even wild doen. Dit hoort bij het kind-zijn en maakt onderdeel uit van hun gedragsontwikkeling.

Op die momenten is het voor puppies ( of voor over enthousiaste volwassen honden) verleidelijk om mee te doen, lekker mee te springen en wild te zijn. Maar net in die situaties kan het fout gaan en kan het spel met de hond eindigen in een tranendal.

Hoe reageer je als ouder?

Een jong kind leren om steeds rustig te zijn in de buurt van je hond, is een mooie doelstelling, maar niet echt realistisch: kinderen zijn gewoon kinderen en spelen hoort erbij. Daarom is het aangewezen dat je als volwassene, kinderen en honden echt actief gaat superviseren.

Wat is actieve supervisie?

Dit betekent afstappen van regeltjes ( die toch niet haalbaar zijn), maar elke situatie in vraag stellen ( is deze situatie veilig voor mijn kind en mijn hond ) en proberen te anticiperen ( dus voorafgaand plannen hoe en wat je gaat doen) ; schep veilige spelcontexten en veilige momenten.

Wat is veilig? Welk spel is geschikt voor jouw kind en jouw hond?

Veilige spelcontexten zullen afhangen
van verschillende factoren:

  • De leeftijd van je kind, de omgeving waarin ze spelen (woonkamer, tuin, keuken, ..)
  • De grootte, type, leeftijd en gezondheid van je hond
  • Problemen , oa. het gedrag van je hond naar jezelf toe :
    bvb: zijn er momenten waarop het voor jou als volwassene onmogelijk is om je hond te controleren? Of, bezorgt hij je blauwe plekken tijdens het spel ? Of lopen spelsituaties steeds uit de hand op een andere manier? bvb heeft je hond je al eens omver gesprongen?

    Bedenk dat kinderen kwetsbaar zijn: wat voor jou eindigt in een blauwe plak kan voor je kind eindigen in het hospitaal.. ook al was het bedoeld om te spelen.

Veilige momenten

“Laat je kind en je hond nooit alleen” is een slagzin die je overal kan lezen…maar hoe haalbaar is zoiets en wat betekent alleen laten? Betekent dit dat je even naar boven bent om in de badkamer op te ruimen, terwijl je hond en je peuter van 2 samen liggen te spelen op een mat?

Of gaat dit veel verder? Bijvoorbeeld je bent even naar de keuken om het eten op te zetten terwijl je doorheen het deurgat kan zien hoe je dochter van 3 met de hond verstoppertje speelt , of je bent aan de telefoon met een vriendin en je heb je met je rug naar je kind en hond toegedraaid .. betekent dat ook alleen laten? Eigenlijk wel, ja.

Uit een onderzoek gevoerd door Canadese wetenschappers in 2004 bleek dat de enig veilige manier van supervisie over jonge kinderen, de fysieke nabijheid van de volwassene is, samen met het interactief bijsturen van situaties waarin kinderen zich begeven.

Dit betekent dat je als ouder eigenlijk op alle momenten bewust moet zijn wat er kan gebeuren en hoe je bewust veilige situaties kan scheppen. Het interactief spel De Blauwe Hond (c) leert ouders hoe je ongevallen in spelsituaties kan voorkomen.